Over je eigen schaduw springen? Niet doen!

“Samenwerken met andere partijen doe je gewoon”, zo voegde een bestuurder in het onderwijs mij onlangs toe. “Als je maar over je eigen schaduw durft heen te springen”. Ik hoor het vaker, sterker, aan bestuurlijke samenwerkingstafels is het niet te vermijden. Bestuurders lijken er een zekere strategische grootmoedigheid mee te willen uitdrukken. Maar het betekent meestal bestuurlijke gemakzucht.

Andersom horen we het ook vaak; “de samenwerking kon niet slagen omdat partijen niet over hun schaduw durfden te springen”. Gebrek aan lef, zie je wel. Of zou er iets anders aan de hand zijn geweest? Gemakzucht bijvoorbeeld?

Regie, of netwerkleiderschap, is de kunst van het verbinden over grenzen; het inzetten van integratiemechanismen zodat verschillende competenties samen verantwoordelijkheid nemen voor het leveren van een Maatschappelijke Prestatie die waarde genereert voor burger en samenleving. Die waarde kan ontstaan doordat partijen samen complexe diensten kunnen leveren die afzonderlijke organisaties nooit zullen kunnen; een dekkend netwerk aan ondersteuning in de regio voor leerlingen die dat nodig hebben bijvoorbeeld. Of een oudere met beginnende dementie ondersteunen zodat de kwaliteit van leven zoveel mogelijk blijft. Huisarts, gemeente, thuiszorg, welzijn en niet in de laatste plaats het sociaal netwerk van de oudere zelf, leveren hun specifieke bijdrage om die Maatschappelijke Prestatie te kunnen leveren. De regie in dit netwerk bestaat uit allerlei integratiemechanismen (stuurgroep, casemanagement, multidisciplinair overleg, etc.) waarmee de activiteiten van de partijen op elkaar worden afgestemd, zodat ze elkaar zoveel mogelijk versterken.

Daarbij blijft natuurlijk staan dat de afzonderlijke Organisatieprestatie die elk van de partijen levert natuurlijk ook in orde moet zijn. De Kwaliteit van samenwerking kan nog zo goed zijn, als een partij zijn Organisatieprestatie niet op orde heeft, zal de maatschappelijke prestatie ook suboptimaal zijn. En daar wringt de “grootmoedigheid” van over hun schaduw springende bestuurders: want betekent dat dan dat je concessies moet doen aan je organisatieprestatie? Daar zitten we dus niet op te wachten; de zoektocht in de samenwerking is juist hoe we er voor kunnen zorgen dat elke competentie optimaal haar bijdrage kan leveren, en dan willen we juist scherp op tafel welke voorwaarden daarvoor moeten worden ingevuld. Partijen die het al snel goed vinden nemen de samenwerking veelal juist niet zo serieus (“het zal zo’n vaart niet lopen”).

En juist die boodschap stralen bestuurders uit als ze aan de bestuurlijke samenwerkingstafel hard roepen dat we over de schaduw van onze “organisatiebelangen” moeten springen. Sociaal wenselijke taal uitslaan op het juiste moment zorgt er voor dat we de realiteit van samenwerken niet onder ogen hoeven te zien; dat het tijd, maar vooral inspanning kost om samen iets zinvols te realiseren. Dat het gezamenlijk, en wederzijds kritisch onderzoek vraagt om samen uit te vinden hoe we samen meerwaarde kunnen realiseren, en onze organisatieprestaties kunnen blijven leveren.

“Over je eigen schaduw heen springen”? Niet doen dus.

Volgende
Volgende

Dooddoener bij samenwerking: “Als er maar vertrouwen is”